Het gat voor de pompputten opvullen met geïnstalleerde afdekkingen A15 en B125

Gat vullen (met ingebouwde afdekkingen A15 en B125)
Gat vullen (met ingebouwde afdekkingen A15 en B125)

1

Onderlaag

2

Egalisatielaag

3

Zand-/grindlaag zonder materiaal met scherpe randen, korrelgrootte: 0...32 mm, max. laagdikte: 300 mm

4

Betonnen instelringen voor schachtverlenging

5

Onderconstructie van oppervlakteniveau

6

Pompputafdekking klasse A15 of B125

Plaats met het afdekkingsframe de pompputafdekking A15 of B125 direct in de afdekkingsflens op de pompput of de schachtverlenging. Het meegeleverde afdekkingsframe heeft een buitendiameter van max. 825 mm.

  1. Vul en verdicht het gat één laag (max. dikte: 300 mm) per keer met grofkorrelige grond (zand/grind zonder scherpe randen, korrelgrootte: 0 ... 32 mm) rondom tot gelijke hoogte. Verdicht de gebieden direct naast de wand van de pompput, de flens van de afdekking van de pompput en de schachtverlenging handmatig (met een schop, handstamper). Zorg ervoor dat de pompput verticaal staat, zonder vervorming. VOORZICHTIG! Houd de bovenste zand-/grindlaag (verdichtingslaag) op dezelfde hoogte als de afdekkingsflens. VOORZICHTIG! Volg de plaatselijke normen voor het inbedden, vullen en afdichten van de leidingen.
  2. Lijn het oppervlakteniveau, inclusief de onderconstructie, uit met de afdekking van de pompput.
    VOORZICHTIG! Als de ondergrond rondom cohesief materiaal is (bijv. bovengrond), vult en verdicht u de 'onderconstructie tot oppervlakteniveau' met materiaal met een korrelgrootte van maximaal 20 mm voor een betere assimilatie.